Omtrent Adegem - Adegem, een korte historiek (7)


-
Omtrent Adegem - Adegem, een korte historiek (7)

Detail uit het landboek
Detail uit het landboek. Cat. 79. Dit begin wordt begrensd door de Spanjaardshoek, het Kruisken, de Verbranden bos en de Kallestraat. In het midden kregen twee stukken land een naam : ”’t Swart manneken” en “’t Gemeen veldeken”.

gaans daarheen gebracht in een hospitaalkarreken, een licht rijtuig op twee wielen getrokken door een man. Het vervoer der zieken werd aanbesteed. Meestal werden de zieken slechts op het laatste nippertje weggevoerd en velen stierven onderweg. Als de zieke in Brugge overleed dan kreeg de voerman zijn vergoeding, echter niet indien hij onderweg overleed. Dit eigenaardig gebruik kwam enkel voor in Adegem, Maldegem en Sint-Laureins. E.H. Andries, voormalig pastoor te Middelburg en later kanunnik, onderzocht dit en vond het volgende. Arnold Van Maldeghem, kanunnik Doornik had in de jaren 1200 een hospitaal gesticht te Maldegem voor de drie parochies. Daarvoor vermaakte hij het grootste deel van zijn goederen aan het Sint-Janshospitaal van Brugge. Zij moesten daarvoor de zieken verzorgen. In de loop der tijden lieten ze echter het hospitaal te Maldegem vervallen en als compensatie lieten ze de zieken naar Brugge overbrengen.

18


Kanunnik Andries kon beslag leggen op een copie van dit testament, dat zich bevond in de archieven van het bisdom Doornik. Na verzameling van de nodige gegevens werd een proces gevoerd. Het duurde 3 jaar en eindigde op een overeenkomst : Maldegem ontving 120.000 F, Adegem 70.000 F en Sint-Laureins 60.000 F. De eigendommen van de vroegere schenking door Arnold Van Maldeghem bleven aan de Burgerlijke Godshuizen. Reeds in 1867 kocht men 68 aren grond aan voor de bouw van het nieuw hospitaal te Adegem. Het werd geopend op 2 november 1875. De ouderlingen en zieken, die op het ogenblik in het hospitaal van St.-Laureins waren ondergebracht, werden teruggehaald. Het waren 12 oude mannen, 12 oude vrouwen en 10 zieken. De verzorging werd toevertrouwd aan de Eerw. Zusters van de Congregatie van Maria en Jozef. De eerste zusters kwamen in Adegem aan op 15 oktober 1874 met als doel een gemeenteschool voor meisjes in te richten alsook een kosteloze bewaarschool. Het waren vier zusters. In 1875 kwamen er zusters bij bestemd voor het hospice. De vier zusters onderwijzeressen verbleven echter in het hospice tot 1 oktober 1892, dag waarop het huidige klooster als nieuwbouw werd geopend.
De bevolking die in 1801 slechts 2.571 zielen bedroeg, waaronder 163 behoeftigen, was in 1867 opgelopen tot 3.430 zielen. Men bezat op dit ogenblik een stokerij, een bierbrouwerij en drie windmolens. Een daarvan was de Kruiskens-molen van Leonard Standaert.

In 1879 behalen de Liberalen een verkiezingsoverwinning. De liberale regering vaardigde nieuwe wetten uit voor het onderwijs, die aanleiding gaven tot een hevige schoolstrijd. Nu moest elke gemeente minstens één staatsschool bezitten en de gemeente mocht geen vrije school aanvaarden of toelagen verstrekken. Godsdienstonderricht werd van het programma geschrapt en mocht slechts verstrekt worden buiten de klasuren en op uitdrukkelijk verzoek van de ouders. Aldus ontstonden staatsscholen naast katholieke scholen. Deze scholen werden in de volksmond “scholen zonder God” genoemd. De E.Z. Onderwijzeressen verlieten de gemeenteschoollokalen ; school werd gehouden in 3 huizen in de Schoolstraat. Niettegenstaande de armoede der noodklassen kwamen bijna alle leerlingen naar de katholieke school. In 1880 werden nieuw gebouwde lokalen ingezegend door de Deken van Eeklo. Na de schoolstrijd betrokken de E. Zusters terug de gemeenteschool. In 1884 leden de liberalen een belangrijke nederlaag bij tussentijdse verkiezingen. De nieuwe katholieke meerderheid deed prompt een nieuwe wet op de organisatie van het onderwijs goedkeuren. Deze wet bepaalde ondermeer dat het lager onderwijs opnieuw in handen kwam van de gemeente, die verplicht was een school te bezitten. Doch zij mochten ook een vrije school aanvaarden of aannemen.

De parochie Balgerhoeke kwam tot stand in het jaar 1900. De Adegemse kerkraad gaf haar toestemming doch met tegenzin. Als bezwaar bracht zij naar voor dat “de voorziene plaats voor de kerk hun inziens slecht gekozen was tegen de vaart alwaar er dagelijks veel beweging is; ook het stinkend water, door den waterval aan de brug, veroorzaakt uitwasemingen, die koper en zilverwerk in de kerk zullen aanslaan en beschadigen; verder is het slechts op 10 meters afstand van het grondgebied der gemeente Adegem gelegen”.

En dan kwam de eerste wereldoorlog. In oktober 1914 trokken de Duitsers door Adegem. Vele inwoners waren gevlucht. De oorlog was echter hier het

19